De enige manier om echt te weten of je bloedglucose te hoog, te laag of in evenwicht is, bestaat uit regelmatig testen van je bloedglucosespiegel. Hiervoor prik je met een prikapparaat en een lancet in je vinger.
Kies de vinger die je wilt prikken, maar vermijd duim en wijsvinger (je eerste vinger).
Masseer de vinger voorzichtig. Dit voert bloed naar je vinger.
Gebruik een priktoestel en een lancet en prik in de zijkant van de vinger. Prik niet aan de top, dit zou pijn kunnen doen.
Nadat je de vinger hebt aangeprikt, breng je een druppel bloed op een teststrook die in je bloedglucosemeter zit en je kan het resultaat aflezen op je meter.
Noteer die resultaten in jouw dagboek.
VERGEET NIET BIJ ELKE PRIK EEN NIEUWE LANCET TE GEBRUIKEN !